Het prehistorische grafveld op de Boshoverheide staat bekend als het grootste urnenveld van Nederland. Omstreeks 1000 voor Chr. kozen boerensamenlevingen een wat hoge plek uit in een gebied wat later Limburg werd, tussen Budel en Weert. Daar begroeven ze hun gecremeerde doden, vaak in een urn. Elk individu, zowel jong als oud, kreeg een eigen grafheuvel. Ongeveer zes tot acht keer per jaar keerden de mensen naar de begraafplaats terug, zo’n vier tot vijf eeuwen lang. Zo ontstond in de loop der tijd een uitgestrekt grafheuvellandschap waar – naar schatting – ruim 3000 doden zijn begraven.
In de afgelopen veertig jaar is ongeveer 33 hectare van de Boshoverheide wettelijk beschermd en zijn kleine delen opgegraven. Het waren vooral de studenten archeologie van de Universiteit van Amsterdam die daar hun eerste schreden op het opgravingspad hebben gezet. In 1994 vond de laatste campagne plaats.
Omdat dit bijzondere grafveld dreigde in de vergetelheid te raken, is in 2010-2011 een zogeheten Odysseeproject uitgevoerd vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Een klein team heeft de rijke dataset bijeengebracht uit de verschillende bronnen en toegankelijk gemaakt. Om de informatie op grafveldniveau ruimtelijk te ontsluiten, is het analoge grafheuveloverzicht gescand en de werkputten, heuvels en graven zijn in het softwarepakket ArcGIS 9.3 gedigitaliseerd. Vervolgens is een eenvoudige databank gebouwd in Acces en deze is gekoppeld aan het grafisch overzicht van het grafveld. Op die manier is het prehistorische dodenlandschap op digitale wijze gekoppeld aan het hier en nu.